• Martin

De maat nemen


Op 16 januari heeft de AFM per brief aan aanbieders van financiële producten laten weten dat hun verantwoordelijkheid jegens de consument zich uitstrekt over de hele keten van bemiddeling. Dat wil zeggen dat banken en verzekeraars door de AFM ook medeverantwoordelijk worden gehouden voor de kwaliteit van dienstverlening van de met hen samenwerkende intermediairs. In de brief wordt expliciet gesteld dat de financiële ontvlechting tussen aanbieders en bemiddelaars als gevolg van het komende provisieverbod (voorzien per 1 januari 2013) daar niets aan af doet.

Zowel aanbieders als intermediairs, bij monde van respectievelijk het Verbond van Verzekeraars en intermediaire belangenvereniging Adfiz, roepen direct dat dat toch niet de bedoeling kan zijn. Verbondsvoorman Leo de Boer benoemt daarbij dat als gevolg van het komende provisieverbod die verantwoordelijkheid juist anders zou komen te liggen. Lees: zodra de verzekeraar het intermediair niet meer betaalt is die ook niet meer aanspreekbaar op de geleverde dienst van dat intermediair. Adfiz beroept zich eveneens op strijdigheid van deze wetsinterpretatie met de zuivere rollenscheiding die nagestreefd wordt met het provisieverbod en vreest toenemende grip vanuit aanbieders op het intermediair.

Daarbij gaan beide partijen voorbij aan het kernargument van de AFM, namelijk dat het klantbelang optimaal gediend moet worden. Recente historie heeft laten zien dat er veel beroerde producten op de markt waren én dat er veel producten op een slechte wijze ‘geadviseerd’ zijn. Het is onmiskenbaar dat de verantwoordelijkheid gedeeld zou moeten worden: de adviseur had zich beter moeten vergewissen van het product dat hij bemiddelde, net zoals de leverancier van dat product zich af had moeten vragen of de door het intermediair toegepaste verkoopmethodieken ertoe zou leiden dat zijn product past bij de consument.

De branche heeft zich hierin een slecht zelfregulator getoond. Omwille van omzetbelangen en daartoe benodigde goede (commerciële) verstandhoudingen is veel met de mantel der liefde bedekt geweest. Dit is een hardnekkig cultuurverschijnsel in de branche, waarmee de klant alles behalve gediend is. Met als gevolg een golf van wetgeving en een stevige handhaving ervan door de AFM.

Er is inmiddels veel gebeurd op productgebied. Een zuivere rollenscheiding is een volgende belangrijke bijdrage aan verbetering van de situatie, provisieprikkels spelen dan geen rol meer. Maar dat mag niet leiden tot een situatie waarin met de vinger naar elkaar gewezen wordt ingeval van problemen. Financiële producten en adviezen zijn en blijven nu eenmaal complex en, voor iemand die er niet dagelijks mee bezig is, slecht te begrijpen. De consument is dus de zwakkere partij en onvoldoende bij machte om de geleverde diensten te waarderen op echte kwaliteit en de daarvoor gevraagde prijs, net zomin als hij de finesses en eventuele risico’s van het financiële product snapt en overziet. Een goede marktwerking is dan ook vooralsnog een illusie. Dat schreeuwt om het nemen van ketenverantwoordelijkheid: de aanbieder van het financiële product kan zich niet met droge ogen verschuilen achter een rollenscheiding, net zomin als het intermediair de verantwoordelijkheid van het product geheel bij die aanbieder neer kan leggen. Samen leveren ze een dienst/product oplossing aan de consument: samen dragen ze de verantwoordelijkheid ervoor. Waarmee de wetsinterpretatie van de AFM dus begrijpelijk en terecht is. De consument zal daar uiteindelijk baat bij hebben.


0 keer bekeken

© 2017 Martin Koot