top of page

De aanleiding tot In bloed geschreven

  • Martin
  • 27 dec 2025
  • 2 minuten om te lezen

Terwijl ik bezig ben met het uitgeefproces van Boreling, struikel ik over deze foto uit augustus 1920, met daarop zoals je ziet een bruiloftsgezelschap. Ik vind ’m tijdens mijn zoektocht naar het verleden van mijn moeder. Ze overleed een paar jaar geleden. Tijdens haar leven vertelde ze weinig over haar jeugd, behalve dat het armoe troef was in het grote boerengezin waarin ze opgroeide. Ze was een geweldige moeder, misschien iets té – maar daarvoor moet je Boreling lezen.

 

Bij het maken van dat boek werd mij duidelijk hoe groot de invloed van mijn verleden is op wie ik ben en wat ik doe. Dat geldt niet alleen voor mij. In ieders jeugd ontstaan paradigma’s, patronen en gewoontes die zich diep in ons verankeren en waaraan het verduiveld lastig ontsnappen is. Veel speelt zich af in het onderbewuste; vaak heb je niet eens door dat je gestuurd wordt door ervaringen die in je jonge jaren zijn ingebakken. En zelfs als je er wél zicht op krijgt, patronen herkent en pijnlijke gebeurtenissen hebt verwerkt, blijft het verleden aan je trekken. Je mag hooguit hopen dat je er na verloop van tijd minder last van hebt.

 

Dat geldt natuurlijk ook voor mijn moeder. Waar komt zij vandaan? Wat heeft haar gevormd? Wat ik in mijn graaftocht naar haar verleden ook verwacht had te vinden, dit niet: in een zijtak van mijn familie, aan elkaar verbonden door overgrootvaders, heeft zich over meerdere decennia een drama voltrokken, waarvan die bruiloft in 1920 het startsein was.

 

Dat weet ik allemaal nog niet op het moment dat ik de foto voor het eerst zie. Een simpele opmerking onder de afbeelding trekt mijn aandacht en duwt me door het spreekwoordelijke konijnenhol. Ik dompel me onder in het verleden, ploeg door online archieven en oude kranten. Ik vraag persoonskaarten op bij het Centrum voor Familiegeschiedenis, dwaal door Haarzuilens en verdiep me in de geschiedenis van het dorp, zijn inwoners en het nabijgelegen kasteel. Ook in Roermond, Woerden, Leeuwarden, Groningen, Limmen, Beverwijk en Amsterdam speur ik naar resten van wat inmiddels vervlogen geschiedenis is.

 

Op de vloer van mijn werkkamer groeien stapeltjes boeken. Ik spreek met mensen die sommige van de hoofdrolspelers nog hebben gekend. Wanneer op 1 januari 2025 het oorlogsarchief wordt vrijgegeven, ben ik er als de kippen bij om een dossier in te zien over een van hen – om tot mijn verrassing ter plekke een belangrijke ontdekking te doen over weer een andere hoofdpersoon. Stukje bij beetje ontvouwt zich een familiedrama dat niets aan zeggingskracht heeft ingeboet.

 

Femicide.

Een getraumatiseerd kind, wanhopig op zoek naar liefde.

Overleven in een vooroorlogse strafgevangenis.

Een verzwegen baby.

Een ‘familiedrama’, eufemisme voor een ouder die zijn of haar kinderen vermoordt.

Meerdere geruchtmakende rechtszaken.

 

Twee dode moeders. Drie dode kinderen. Meerdere verwoeste levens.

 

Na drie jaar onderzoek ben ik nu aan het schrijven. Niet makkelijk, uitdagend in veel opzichten. Stukje bij beetje ontvouwt zich hun verhaal. Ik hoop dat ik hun recht doe.


Opmerkingen


bottom of page