Vol op het orgel

Hoeveel zijn het er nou, pap?’ Jezus kijkt belangstellend over de schouder van zijn vader naar de wereldkaart op het enorme beeldscherm. Het krioelt er van de witte stipjes.

God kijkt verstoord op. ‘Heb je niets beters te doen dan mij lastigvallen?’ bromt hij.

Jezus wijst naar het scherm. ‘Tweeduizend, drie miljoen, zeventien miljoen…’ prevelt hij.

‘Hoe laat begint je orgelles?’

Jezus zucht. ‘Nou ben ik de tel kwijt.’

‘Iets meer dan acht miljard. Dus, hoe laat?’

‘Over een uurtje. Maar pap, dat orgel hè, dat is…’

‘… niet meer van deze tijd,’ onderbreekt God hem. ‘Ik weet dat je dat denkt. Geloof me, de kerken stromen binnenkort weer vol, de orgels zullen dan weer klinken. Als de geestelijke nood bij de mensen maar hoog genoeg is.’

Jezus’ ogen worden groot. ‘Mag ik binnenkort weer naar beneden?’

Geamuseerd schudt God zijn hoofd. ‘Nog altijd ongeduldig.‘

‘Stuur je een échte pandemie dan? Corona was toch een beetje… halfbakken. De pest joeg iedereen pas echt de stuipen op het lijf.’

‘Geduld, jongen, geduld. Ze kunnen het prima zelf.’


Een paar dagen later roept God zijn zoon. ‘Kom nu, het begint!’

Jezus rent naar de werkkamer van zijn vader, pakt een kruk en gaat naast hem voor het scherm zitten.

God steekt zijn vinger naar het oosten van Europa. ‘Kijk daar. Even wachten…’ Te midden van de witte stipjes verschijnt een oranje stip, die snel uitdijt tot een cirkel. God leunt achterover en steekt zijn armen in de lucht. ‘Boem! Dat was het!’ Links van de cirkel verschijnt een tweede oranje stip, die ook snel groter wordt. God fronst en leunt naar voren in zijn stoel. ‘Da’s Polen,’ bromt hij. ‘Oeps.’ Bezorgd kijkt hij naar het linkerdeel van zijn scherm, waar Amerika staat getekend. ‘Rustig aan jongens, rustig aan…’

Jezus kijkt ademloos toe. ‘Gaat dat wel goed, paps?’

God staart ingespannen naar het scherm. ‘O jee,’ zucht hij. Rechts van de eerste cirkel lichten ineens vier oranje puntjes op. ‘Dat waren de legers van Vlad.’ Hij schuift zijn stoel naar achteren en staat op. ‘Kom jongen, we gaan theezetten.’

‘Blijf je niet kijken dan?’

‘Ik weet hoe dit afloopt. Tijd voor thee, nu het nog kan.’

Jezus kijkt zijn vader ongerust aan. ‘Hoezo, nu het nog kan?’

God wijst naar het scherm, waar steeds meer oranje cirkels opdoemen.

‘Wat als er niemand meer is om in ons te geloven?’ zegt hij zacht.